(Een verblijf op de NICU (Neonatale Intensive Care Unit) is vaak intens, verwarrend en emotioneel. Er gebeurt veel tegelijk, en ondertussen hoor je allerlei medische termen en afkortingen voorbijkomen. Het kan voelen alsof iedereen een andere taal spreekt.
Om het wat makkelijker te maken, hebben we hieronder een alfabetisch geordende lijst samengesteld met veelgebruikte woorden en hun betekenis. Zo weet je beter wat de artsen en verpleegkundigen bedoelen als ze over je baby praten.
A
Anemie
Een tekort aan rode bloedcellen. Prematuur geboren baby’s maken deze nog niet goed zelf aan. Dit kan komen door snelle groei, veel bloedafnames of een ijzertekort.
Apneu
Een korte adempauze of tijdelijke stop van de ademhaling. Dit komt vaak doordat het ademhalingscentrum in de hersenen nog niet rijp is. De baby kan hierbij ook een bradycardie (langzame hartslag) krijgen. Soms helpt behandeling met cafeïne of ademhalingsondersteuning.
B
Bilirubine
Afvalstof die vrijkomt bij de afbraak van rode bloedcellen. Omdat de lever nog onrijp is, kan bilirubine zich ophopen, wat geelzucht veroorzaakt. Te hoge waarden worden behandeld met fototherapie (blauw licht).
BP (Blood Pressure)
Bloeddruk. Deze waarde wordt vaak op de monitor weergegeven.
Bradycardie
Een vertraagde hartslag. Vaak komt dit samen met een apneu.
C
Cafeïne
Wordt als medicijn gegeven om de ademhaling te stimuleren en apneus te verminderen. Vaak standaard bij baby’s geboren vóór 32 weken zwangerschap.
CPAP (Continuous Positive Airway Pressure)
Een vorm van ademhalingsondersteuning via de neus. Door een kapje of kleine sprietjes wordt lucht met lichte druk de longen ingeblazen om ze open te houden.
Conginentale afwijking: aangeboren afwijking welke aanwezig is bij de geboorte.
CRP / CPK
Bloedwaarden die artsen gebruiken om ontstekingen of infecties te controleren.
Cyanose: blauwe verkleuring van de huid, door zuurstofgebrek in het bloed. Dit kan duiden op hart- en longproblemen.
D
Desaturatie (Desat)
Een korte daling van het zuurstofgehalte in het bloed. Komt vaak voor bij prematuren met onrijpe longen.
F
Fototherapie
Behandeling met blauw licht bij geelzucht. Het helpt om bilirubine in het bloed af te breken.
G
Geelzucht (Icterus)
Een gele verkleuring van de huid en ogen, veroorzaakt door een teveel aan bilirubine. Wordt behandeld met fototherapie.
H
High Care
Afdeling voor baby’s die minder intensieve behandeling nodig hebben dan op de NICU, maar nog extra bewaking of ondersteuning krijgen.
High Frequency Oscillation (Trilbeademing)
Een speciale vorm van beademing waarbij de baby heel snel kleine ademhalingen krijgt. Dit helpt de longen open te houden en de gasuitwisseling te verbeteren.
Hypoglycemie: een laag geboortegewicht door tekort aan glucoseaanmaak. Regelmatig voeden of toedienen van extra glucose helpt de baby te groeien.
Hypotensie: lage bloeddruk. Dit komt doordat het vaatstelsel nog niet volledig is ontwikkeld.
Hypothermie: een te lage lichaamstemperatuur (< 36,5). Prematuren kunnen zich nog moeilijk warm houden, dat is ook een van de redenen dat zij in een couveuse of warmtebedje liggen, zodat de lichaamstemperatuur op peil blijft.
Hypotonie: lage spierspanning. Dit komt regelmatig voor bij te vroeggeboren baby’s. Dit kan door onontwikkelde spieren, maar ook medisch onderliggende redenen zoals spierziekte, zuurstoftekort of hersenafwijking.
I
Incubator (Couveuse)
Een afgesloten, verwarmde omgeving waarin de baby ligt om de lichaamstemperatuur op peil te houden en infecties te voorkomen.
Infusiepomp
Een apparaat dat medicijnen of vocht heel precies via een infuus toedient.
IV (Intraveneus)
Via een ader, bijvoorbeeld bij een infuus of medicatielijn.
K
Kangaroeën
Huid-op-huidcontact tussen ouder en baby. Dit bevordert hechting, stabiliseert hartslag en ademhaling, en ondersteunt de melkproductie van de moeder. Er wordt altijd eerst gekeken naar de conditie van de baby en of dit haalbaar is.
L
Longrijping
De longen van een baby zijn vaak pas rijp vanaf ca. 32 weken zwangerschap. Behandeling gebeurt (vaak via de moeder tijdens de zwangerschap) met corticosteroïden (cafeïne) om de longen van de baby sneller te laten rijpen en ademhalingsproblemen te verminderen.
Low Care
Afdeling waar baby’s bijna zelfstandig zijn en ouders steeds meer zelf doen. Vaak de laatste stap vóór ontslag naar huis.
M
Monitoring
De baby is aangesloten op apparatuur die hartslag, ademhaling, zuurstofgehalte (saturatie) en bloeddruk meet. De waarden zijn te zien op de monitor. Voor ouders is het vaak best spannend wanneer het kindje van de monitor af mag.
N
Navelkatheter (UVK / UAK)
Een slangetje via de navelstreng waarmee bloed kan worden afgenomen of medicijnen kunnen worden toegediend.
NEC (Necrotiserende Enterocolitis)
Een ernstige darminfectie die vooral voorkomt bij prematuren. Tekenen kunnen zijn: een opgezette buik, voedingsproblemen of braken. De baby wordt dan intensief in de gaten gehouden.
NG-tube (Nasogastrische sonde)
Een dun slangetje via de neus naar de maag, waarmee voeding of medicijnen worden toegediend als de baby nog niet zelf kan drinken.
NICU (Neonatale Intensive Care Unit)
De intensive care-afdeling voor pasgeboren baby’s die intensieve medische zorg nodig hebben, bijvoorbeeld bij prematuriteit of ademhalingsproblemen.
O
O₂ (Zuurstof)
Extra zuurstof die via slangetjes, CPAP of beademing wordt toegediend om het zuurstofgehalte in het bloed te ondersteunen.
P
PICC-lijn (Peripherally Inserted Central Catheter)
Een dun slangetje dat via een arm- of beenvat in een groot bloedvat loopt. Wordt gebruikt om langere tijd medicijnen of voeding te geven.
Prematuur
Een baby die geboren is vóór 37 weken zwangerschap.
R
Rooming-in
De laatste fase voor ontslag, waarin ouders op de afdeling blijven en de volledige zorg over hun baby op zich nemen.
S
Saturatie (Sat / SpO₂)
Het zuurstofgehalte in het bloed. Deze waarde wordt continu gemeten met een sensor op de hand of voet van de baby.
Sepsis: bloedvergiftiging. Dit kan bij premature baby’s ontstaan doordat zij nog erg vatbaar zijn voor infecties en hun immuunsysteem nog niet goed werkt.
Sonde
Een slangetje via de neus of mond naar de maag, gebruikt voor voeding of medicatie.
T
TPN (Totale Parenterale Voeding)
Voeding via een infuus, wanneer de baby nog niet via de maag gevoed kan worden.
Trilbeademing (High Frequency Oscillation)
Een speciale beademingsvorm waarbij de baby heel snel kleine ademhalingen krijgt om de longen open te houden en gasuitwisseling te verbeteren.
Tot slot
Het is volkomen normaal als je je overweldigd voelt door alle medische termen en afkortingen.
Iedere ouder op de NICU maakt een leerproces door, stap voor stap leer je steeds beter begrijpen wat er rondom je baby gebeurt.
Mis je nog termen of afkortingen die je bent tegengekomen tijdens het verblijf op de NICU, high care of low care?
Laat het weten in de reacties hieronder.